Steunpunt Jeugdhulp
nog niet geregistreerd? - wachtwoord vergeten?

Zoeken | sitemap

Nieuwsbrief | schrijf uit

Lees alles over het
nieuwe registratiesysteem
 

Registreer in BINC

Registreer in Binc-HCA

Opiniebijdrage over gesloten opvang in 'De Morgen'

01/02/2010

De Morgen publiceerde een opiniebijdrage van professor Johan Put en Stefaan Pleysier over de jeugdgevangenis in Tongeren, mede ondertekend door 14 leden van de werkgroep Jeugdsanctierecht, nl Min Berghmans, Jan Bosmans, prof. Jenneke Christiaens, Filip De Baets, Raf De Mulder, prof. Christian Eliaerts, Geert Decock, Marjan Detavernier, Bert Florizoone, Hilde Geudens, Eef Goedseels, prof. Rudi Roose, prof. Eugeen Verhellen en prof. Lode Walgrave.

In de kantlijn geven we kort wat duiding bij de Werkgroep Jeugdsanctierecht:


“De leden van de werkgroep Jeugdsanctierecht voelen zich als magistraat, advocaat, hulpverlener, wetenschappelijk onderzoeker, … allen beroepsmatig intens betrokken bij de hervormingen van de gerechtelijke reactie op delicten door jongeren. Verscheidene onder hen hadden de kans éénmalig of regelmatig betrokken te zijn bij werkzaamheden van hervorming van de wet op de jeugdbescherming, hetzij in 1994, hetzij meer recent in 2006.
De werkgroep werd begin jaren ’90 op initiatief van vzw Jongerenbegeleiding opgericht. Zij is de enige ‘neutrale’ vrijplaats waar mensen vanuit verschillende disciplines en instituten samenkomen om te brainstormen met als doel het formuleren van beleidsaanbevelingen.
Het voorstellen van een visie op de gerechtelijke reactie op jeugddelinquentie, betekent niet dat het beleid tegenover jeugddelinquentie daartoe kan beperkt blijven.
Een beleid ten aanzien van jeugddelinquentie wordt als een soort piramide gezien. De radicale preventie ligt in een breed sociaal economisch en cultureel beleid, gericht op een rechtvaardige en welzijnsbevorderde samenleving ten bate van de gehele bevolking, in de bestrijding van alle vormen van discriminatie en maatschappelijke uitsluiting en in volgehouden aandacht voor de rechten en specifieke noden van jongeren.
De top, die zo smal mogelijk moet zijn, bestaat uit zeer gerichte, beperkte, dwingende gerechtelijke interventies.
Daartussen bevinden zich de min of meer doelgerichte acties en initiatieven van preventie.
De mate waarin de gerechtelijke interventies noodzakelijk worden geacht is een aanduiding van het falen van de onderliggende beleids- en actieniveaus.
Daaruit blijkt hoezeer synergie noodzakelijk is tussen alle beleidsniveaus van het federale en het gemeenschapsniveau, in het bijzonder tussen de Federale Justitiële bevoegdheden en de Communautaire Sociale en Welzijnsbevoegdheden.”

 


 

Delen

terug