Steunpunt Jeugdhulp

Visie Steunpunt Jeugdhulp

nog niet geregistreerd? - wachtwoord vergeten?

Zoeken | sitemap

Nieuwsbrief | schrijf uit

Lees alles over het
nieuwe registratiesysteem
 

Registreer in BINC

Registreer in Binc-HCA

Steunpunt Jeugdhulp staat voor een communicatieve en participatieve justitie waarbij de partijen bij het delict zoveel mogelijk worden betrokken bij het zoeken naar een antwoord op de gepleegde feiten. In deze visie neemt het herstelrecht een belangrijke plaats in.

Herstelrecht - Rechtsvorming - Subjectivering en maatschappelijke normstelling - Positie slachtoffer - Positie dader - Literatuur

Herstelrecht

In de herstelrechtelijke visie staat niet het delict op zich centraal maar wel de gevolgen ervan. Dader en slachtoffer worden als eerst betrokkenen maximaal aangesproken om toekomstgericht te zoeken naar een vorm van herstel of een oplossing voor de gevolgen van het delict. Herstelrecht is een geheel van waarden en normen, gehanteerd bij het benaderen van een misdrijf waardoor men zich laat leiden bij het bepalen van de gewenste maatschappelijke reactie.

Meer concreet betreft het een proces waarbij de verschillende partijen die betrokken zijn bij een misdrijf (dader, slachtoffer en samenleving) gezamenlijk een antwoord zoeken. Herstel of goedmaking is hierbij de leidraad, in welke vorm dan ook. Het accent ligt minder op het schuldaspect en op het verleden van de verdachten, maar meer op de gevolgen van de feiten, de toekomst en de sociale verantwoordelijkheid van de direct betrokkenen. Pacificatie tussen dader en slachtoffer en andere betrokkenen binnen een concrete gemeenschap staat voorop als uiteindelijke finaliteit van de justitiële reactie.

Andere termen zijn restorative justice of herstellende justitie, waarbij het woord ‘herstellend’ duidelijk het procesmatige aangeeft. Dit herstelrecht wil werk maken van een nieuwe justitie. Een justitie die niet gericht is op (extra) leedtoevoeging of op bescherming en behandeling. Herstelrecht streeft naar een justitie die ruimte en inspraak creëert voor de rechtstreeks betrokkenen bij een delict, waardoor individuele belevingsaspecten (ruim) aan bod komen. Dit impliceert een justitie die gelooft in de oplossingscapaciteiten van haar cliënteel en bijgevolg eerst het conflict teruggeeft aan de rechtstreeks betrokkenen.

Rechtsvorming

Herstelrecht is veel meer dan een nieuwe, bijkomende afhandelingsvorm om te reageren op (jeugd)delinquentie, naast vele andere zoals een residentiële begeleiding, een behandeling of een gemeenschapsdienst. Herstelrecht gaat over rechtsbedeling en meer nog: rechtsvorming. Herstelrecht definiëren we als een recht dat ontstaat wanneer zoveel mogelijk personen, betrokken bij de gevolgen van het delict, via een communicatieproces tot een authentieke uitwisseling komen van gevoelens, verhalen, betekenisgevingen, … Deze dialoog maakt het mogelijk dat de betrokkenen iets kunnen recht zetten, dat ze recht kunnen vinden en dat ze recht kunnen laten geschieden. Een recht waardoor een nieuw evenwicht wordt bereikt. Herstelrecht tracht innoverend te werken binnen het bestaande recht. Het is van belang dat de formele rechtspleging rekening houdt met de informele. In het herstelrecht schept de formele rechtspleging ruimte voor de informele afhandelingen, houdt rekening met de resultaten van de informele afhandeling en past haar eigen methodieken aan.

Subjectivering en maatschappelijke normstelling

In het herstelrecht staan de schijnwerpers gericht op het gezamenlijk subjectief reconstrueren van de complexe realiteit dat het delict is, waarbij de partijen (dader en slachtoffer) vertrekken vanuit een geëvolueerde en steeds verder evoluerende belevingsrealiteit. Dit staat lijnrecht tegenover het strafrecht, waarbij de complexe realiteit van het delict meteen verengd –of zeg maar uitgehold- wordt tot een strafrechtelijke kwalificatie. Dit betekent niet dat we de maatschappelijke normstelling en het strafrecht meteen van tafel willen vegen. Integendeel, bij aanvang hebben we deze normstelling broodnodig. Deze geeft het kader aan van de initiële positionering van dader en slachtoffer bij een delict én geeft tevens het mandaat van de bemiddelaar aan. Vervolgens kunnen de partijen zelf aan de slag.

Kortom de maatschappelijke normstelling staat in een herstelproces voortdurend op de agenda als een achterliggend referentiekader, waartegen de partijen zich doorheen hun communicatie positioneren en herpositioneren. Dader en slachtoffer worden hierbij aangesproken als principieel evenwaardige vertegenwoordigers van een zelfde normdragende samenleving. Door hun bereidheid het conflict in eigen handen te nemen, door het delict en haar omstandigheden bespreekbaar te maken en door het (gezamenlijk en vaak zeer intensief) zoeken naar een antwoord hierop dragen de partijen in fundamentele zin bij tot deze maatschappelijke normstelling (bron: Van Garsse, L., Op zoek naar herstelrecht. Overwegingen na jaren bemiddelingswerk, Panopticon, 2001, nr 5, 437).

Velen schuiven het herstelrecht vooruit als hét nieuwe model, een model dat vele kritieken op het beschermingsmodel of een repressief model moet ondervangen. Nochtans gaan onder de noemer van herstelrecht verschillende visies schuil. Grosso modo kunnen we twee stromingen onderscheiden:

1. Het minimalistisch model stelt het procesmatige, het participatief karakter van de reactie en dus ook de vrijwilligheid centraal.
2. In het maximalistisch model staat de gerichtheid op herstel centraal hetzij naar de gemeenschap, hetzij naar het slachtoffer. Desnoods kan hierbij een zekere dwang worden gebruikt zoals een opgelegde gemeenschapsdienst. Ook bij het aanbod van bemiddeling kan desnoods grote druk worden uitgeoefend op de dader om te participeren.

Positie van het slachtoffer

Iedereen is het erover eens dat het slachtoffer in de huidige aanpak van criminaliteit een te ondergeschikte rol bekleedt en dat de positie van het slachtoffer ernstig dient opgewaardeerd te worden. Slachtoffers, als eerste betrokkenen, hebben recht op informatie (minimaal). Ze wensen erkend te worden in hun slachtofferpositie. Ze willen echter niet (alleen) erkenning verkrijgen vanuit een burgerlijke partijstelling of met een financiële vergoeding, maar eisen erkenning vanwege justitie én vanwege de dader. Slachtoffers geven aan gehoord te willen worden, wensen informatie over en inspraak in het gebeuren en willen aldus in dialoog treden met justitie en de dader. Ze wensen niet gebruikt te worden in een dadergerichte afhandeling, maar als volwaardige én evenwaardige persoon betrokken te worden.

Positie van de dader

Daders daarentegen vragen naar kansen om hun verantwoordelijkheid effectief op te nemen. Bestraffing of hulpverlening biedt weinig mogelijkheden tot het geven van 'antwoorden' op het gepleegde delict, tot ontschuldigen. Ook voor daders is het van belang dat ze wat ze 'mis'-daan hebben kunnen recht zetten.

Literatuur

Meer informatie over verschillende strekkingen binnen herstelrecht zoals de zgn. minimalistisch en maximalistische visie vind je onder andere terug in:

* Aertsen, I., Slachtoffer-daderbemiddeling: een onderzoek naar de ontwikkeling van een herstelgerichte strafrechtsbedeling. Doctoraatsthesis Leuven, K.U.Leuven, 2001, blz 481.
* Declerck, J. en Dupuydt, A., Aanzetten tot een fundamentele theorievorming voor een herstellende justitie, in Dupont L. en F. Hutsebaut (eds.), Herstelrecht tussen toekomst en verleden, Liber amicorum Tony Peters, serie Samenleving Criminaliteit en strafrechtspleging, nr 22, 2001, blz 163-196.
* Van Garsse, L., ‘De gevangenis als herstelgerichte faciliteit – modieuze droom of maatschappelijke noodzaak?’


Druk deze pagina af
Verstuur deze pagina