Steunpunt Jeugdhulp

De OSBJ communiceert de resultaten van de online-bevraging

nog niet geregistreerd? - wachtwoord vergeten?

Zoeken | sitemap

Nieuwsbrief | schrijf uit

Lees alles over het
nieuwe registratiesysteem
 

Registreer in BINC

Registreer in Binc-HCA

In mei organiseerde de OSBJ de campagne 'Jeugdzorg, 't gaat er over'.
Affiches en e-mailings lokten meer dan 300 respondenten uit verschillende sectoren van de integrale jeugdhulpverlening naar de online-bevraging.

 

De respondenten beantwoordden 5 vragen:
1. Wat drijft jou in je dagelijkse praktijk?
2. Op welke terreinen wil jij als professional nog meer vooruitgang boeken?
3. Op welke terreinen wil jij dat de jeugdhulp de komende drie jaren nog meer vooruitgang boekt?
4. ... Om dit mogelijk te maken kan de OSBJ...?
5. Welke ervaring met de OSBJ blijft je het meeste bij?


Met de eerste drie vragen peilden we naar de drijfveren van hulpverleners, naar werkpunten/groeikansen die de respondenten zien binnen het eigen werkdomein én voor de integrale jeugdhulp. Met de twee laatste vragen leggen we de link naar hoe de OSBJ haar ondersteuning moet uitbouwen om die groeikansen om te zetten in reële evoluties.

In juni verwerkten we de resultaten. Uit een analyse van de respondenten bleek dat:
bijna 60 % van de respondenten in de Bijzondere Jeugdzorg werkt;
• 40 % uit andere jeugdhulpsectoren komt, genoeg om raakvlakken te vinden en een globaal beeld te krijgen;
• we wel degelijk ‘de basis’ bereikten met 45 % hulpverleners t.o.v. 20 % directie en 15 % staf;
• 38 % van de respondenten al ruim 15 jaar in de jeugdhulp werkte;
• 42 % langer dan 3 jaar werkzaam is in de jeugdhulpverlening

De antwoorden op vraag 1 geven een duidelijk profiel van de motivatie van de jeugdhulpverlener. De ‘core business’ is de belangrijkste drijfveer: het werken met kinderen/jongeren en hun ouders (cliëntgericht handelen). De keuze van de OSBJ om in te zetten op de relatie hulpverlener-client speelt in op deze motivatie.

De verwerking van vraag 2 leidde naar een belangrijk signaal: organisaties moeten zich aanpassen aan het traject van de cliënt. Om dat mogelijk te maken moet er intra- en intersectoraal samengewerkt worden.

Uit de resultaten van vraag 3 blijkt dat respondenten een uitbreiding van het aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief, als voorwaarde stellen. Of ze zien het als kritische succesfactor voor de realisatie van het hulpverleningstraject van de jongere. Het aanbod moet uitgebreider maar vooral ook diverser. De inhoudelijke professionalisering moet worden verder gezet. Eén op vijf koppelt aan die inhoudelijke professionalisering een uitbreiding van de omkadering. De praktijk staat nog steeds achter de doelstelling van een integrale jeugdhulpverlening.

De reacties op de laatste twee vragen bevestigt de positie waar we ons nu bevinden: op het kruispunt tussen de overheid en het werkveld en tussen de theorie en de praktijk. Die positie willen we handhaven om bv. een goede informatie- en kennisstroom te stimuleren in alle richtingen. Wanneer we prioriteiten stellen moeten die gaan naar samenwerkingsprojecten. Bij het ontplooien van toekomstige activiteiten zullen we regelmatig teruggrijpen naar de ruwe, specifieke gegevens van de bevraging.

 

Lees meer.


Druk deze pagina af
Verstuur deze pagina