Steunpunt Jeugdhulp

Gedwongen hulpverlening

nog niet geregistreerd? - wachtwoord vergeten?

Zoeken | sitemap

Nieuwsbrief | schrijf uit

Lees alles over het
nieuwe registratiesysteem
 

Registreer in BINC

Registreer in Binc-HCA

Bij tussenkomst van de Jeugdrechtbank spreken we van gedwongen hulpverlening.

België telt 27 rechtbanken van eerste aanleg. De rechtbank van eerste aanleg heeft drie afdelingen: de burgerlijke rechtbank, de correctionele rechtbank en de Jeugdrechtbank.
De Jeugdrechtbank is bevoegd voor de jongeren en hun ouders. Zij kan optreden wanneer jongeren zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden of wanneer zij een strafbaar feit pleegden.
Het jeugdparket vertegenwoordigt de maatschappij, verdedigt de belangen van de minderjarige en vordert de jeugdrechter overeenkomstig de Jeugd(beschermings)wet.
Welke Jeugdrechtbank bevoegd is, wordt bepaald door de woonplaats van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger.

Met gedwongen jeugdhulpverlening bedoelt men de gerechtelijke jeugdbijstand. De bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gemeenschappen in verband met de gedwongen hulpverlening is complex:

  • De opgave en de uitvoering van afdwingbare pedagogische maatregelen in een problematische opvoedingssituatie (POS) behoren tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap. Dit gebeurt dus bij decreet.
  • De uitvoering van afdwingbare pedagogische maatregelen voor delinquente jongeren behoort tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen.
  • De opgave van de maatregelen voor delinquente jongeren behoort tot de bevoegdheid van de federale overheid. Dit gebeurt dus bij wet.
  • De maatregelen voor de ouders ter bescherming van de minderjarigen: de ontzetting uit het ouderlijk gezag en het toezicht op de sociale uitkeringen vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid.

    De sociale dienst van de Jeugdrechtbank staat de jeugdrechter bij en onderzoekt samen met de minderjarige en zijn gezin de problemen die aan de grondslag liggen van het gestelde gedrag. Het actiegebied van de jeugdrechtbank omvat drie domeinen:
  1. Maatregelen bij problematische opvoedingssituaties (POS)
    Het Openbaar Ministerie kan een problematische opvoedingssituatie voor de Jeugdrechtbank brengen als het vindt dat een afdwingbare pedagogische maatregel dringend noodzakelijk is (bij hoogdringendheid). Bovendien moet het aantonen dat onmiddellijke hulpverlening op vrijwillige basis niet mogelijk is én de integriteit van de persoon van de minderjarige gevaar loopt.
    De jeugdrechter kan beroep doen op dezelfde waaier aan hulpverleningsmogelijkheden als bij de vrijwillige hulpverlening.
  2. Maatregelen t.a.v. de ouders
    De jeugdrechtbank kan een derde persoon aanwijzen om de sociale uitkeringen te innen en voor het kind te gebruiken. Dit wanneer blijkt dat het kind grootgebracht wordt in nefaste omstandigheden op het gebied van voeding, huisvesting en hygiëne en wanneer is vastgesteld dat het bedrag van de uitkering niet wordt aangewend in het belang van het kind.
    Een meer ingrijpendere maatregel is de ouders geheel of gedeeltelijk uit het ouderlijk gezag te ontzetten wanneer de gezondheid, de veiligheid en de zedelijkheid van het kind in gevaar zijn.
  3. Maatregelen t.a.v. minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd
    In België kan een minderjarige zich juridisch gezien niet schuldig maken aan strafbare feiten. Men spreekt dan ook van minderjarigen die een 'als misdrijf omschreven feit' pleegden..
    Naast de waaier aan mogelijkheden binnen de Bijzondere Jeugdzorg, kan de jeugdrechter ook herstelrechtelijke en constructieve afhandelingen uitspreken of een beroep doen op therapieën of vernieuwende initiatieven.

 

Meer info over gedwongen hulpverlening


Druk deze pagina af
Verstuur deze pagina