Steunpunt Jeugdhulp
nog niet geregistreerd? - wachtwoord vergeten?

Zoeken | sitemap

Nieuwsbrief | schrijf uit

Lees alles over het
nieuwe registratiesysteem
 

Registreer in BINC

Registreer in Binc-HCA

Een minderjarige die een strafbaar feit pleegt, komt niet voor de strafrechter maar kan wel voor de Jeugdrechtbank verschijnen wegens een 'als misdrijf omschreven feit' (MOF).

Misdrijf Omschreven Feit

Art. 36, 4° van de Jeugdwet bepaalt dat de Jeugdrechtbank kennis neemt van de vorderingen van het openbaar ministerie ten aanzien van de personen die vervolgd worden wegens een als misdrijf omschreven feit, gepleegd voor de leeftijd van achttien jaar.

Beneden die leeftijd kan je dus geen ‘misdrijf’ plegen, maar slechts een ‘als misdrijf omschreven feit’ waarop de jeugdrechtbank reageert, met 'maatregelen en niet met ‘straffen’.

Pas vanaf 18 jaar is men strafbekwaam en kan men veroordeeld worden door de gewone strafrechtbank. De verkeersmisdrijven vormen hierop een uitzondering. Hiervoor kan je vanaf 16 jaar veroordeeld worden door de Politierechtbank, volgens het strafrecht voor volwassenen.

Jongeren ouder dan 16 jaar kunnen voor bepaalde misdrijven, als de jeugdrechter van mening is dat de maatregelen die opgenomen zijn in de Jeugdwet niet voldoen, toch volgens het volwassenen strafrecht worden veroordeeld. Dit noemt men 'uithandengeving'(PDF).

Enkele belangrijke criteria:

  • De sleutelleeftijd van 12 jaar: Als het feit werd gepleegd onder de leeftijd van 12 jaar, moet de jeugdrechter zijn reactie beperken tot een berisping, een intensieve educatieve begeleiding of opvolging door de bevoegde sociale dienst. Deze dienst hangt af van de Gemeenschappen en is toegevoegd aan elke jeugdrechtbank. Indien de jongere ouder is dan 12 jaar, kan de jeugdrechter kiezen uit een pakket maatregelen.
  • De ouders en elke persoon die de jongere in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft (grootouder, stiefouder, pleeggezin bv.), worden nauw betrokken bij de zaak: ze worden systematisch opgeroepen en geïnformeerd.

Procedure

Het plegen van strafbare feiten wordt gevolgd door een strafonderzoek. Hiervoor gelden de regels die ook op volwassenen van toepassing zijn, te weten het Wetboek van Strafvordering en de Wet op het politieambt, tenzij in de Jeugdwet speciale regels werden bepaald.

Op parketniveau

Het jeugdparket wordt via een proces-verbaal uitgaande van de politie op de hoogte gebracht dat een minderjarige een als misdrijf omschreven feit pleegde. Het jeugdparket kwalificeert de feiten en bepaalt wat verder met het dossier gebeurt.

Het jeugdparket kan het dossier seponeren, de minderjarige voor de jeugdrechter brengen of zelf bepaalde acties ondernemen:

  1. Hij kan beslissen om onmiddellijk zondermeer te seponeren.
  2. Hij kan seponeren en doorverwijzen naar de vrijwillige hulpverlening.
  3. Hij kan een waarschuwingsbrief schrijven aan de minderjarige (kopie naar ouders en opvoedingsverantwoordelijken).
  4. Hij kan de minderjarige en zijn ouders oproepen en hen herinneren aan de wettelijke verplichtingen en risisco's die ze lopen.
  5. Hij kan (vanaf april 2007) de minderjarige, zijn ouders en de benadeelde(n) informeren over de mogelijkheid tot bemiddeling.
  6. Hij kan (vanaf april 2007) een ouderstage voorstellen indien de ouders zich duidelijk onverschillig opstellen voor het delinquent gedrag van hun zoon/dochter en die onverschilligheid bijdraagt tot de problemen van de minderjarige.


Op niveau van de Jeugdrechtbank


Wanneer het jeugdparket oordeelt dat de gepleegde feiten ernstig zijn en dat een bemiddeling niet haalbaar is of niet volstaat, wordt de jeugdrechter gevorderd met het oog op het nemen van voorlopige maatregelen en de uitvoering van een maatschappelijk onderzoek. Bij dit onderzoek wordt informatie verzameld over de minderjarige en zijn/haar leefomgeving.

Vanaf dat ogenblik staat de minderjarige onder toezicht van de Jeugdrechtbank en heeft hij recht op bijstand van een advocaat. Heeft hij zelf geen advocaat, dan wordt er hem één toegewezen.

Tijdens de duur van deze voorlopige maatregelen maakt de sociale dienst van de Jeugdrechtbank een sociaal verslag op dat de Jeugdrechtbank in staat moet stellen om de meest gepaste maatregel ten gronde te kunnen nemen. Wanneer dit verslag klaar is, maakt de Jeugdrechtbank het dossier terug over aan het parket. Zij heeft dan twee maanden tijd om al dan niet ten gronde te dagvaarden.

Als de parketmagistraat van mening is dat er voldoende aanwijzingen zijn in het dossier en dat de zaak voldoende ernstig is, zal hij in een tweede fase van de procedure de minderjarige (en zijn ouders) ten gronde dagvaarden voor de Jeugdrechtbank. Zoniet zal hij seponeren. In dat geval houdt de voorlopige maatregel op en wordt het dossier gesloten.

In de tweede en definitieve fase kan de jeugdrechter, in de volgende volgorde van voorkeur:

  1.  Een herstelrechtelijk aanbod doen van bemiddeling of hergo
  2.  Een geschreven project van de jongere in overweging nemen
  3.  Een ambulante maatregel opleggen
  4.  Een plaatsing opleggen
  5.  De uithandengeving bevelen


Uithandengeving

In geval een jongere, tussen 16 en 18 jaar oud, ernstige feiten pleegde ofwel reeds voorheen een jeugdbeschermingsmaatregel kreeg opgelegd, kan de jeugdrechter beslissen tot uithandengeving van de jongere.


Meer informatie

Enkel een rechtbank kan een veroordeling uitspreken. De procedure voor de jeugdrechtbank verschilt van deze voor de strafrechtbanken. De procedure voor de beoordeling van als misdrijf omschreven feiten werd uitgewerkt in de Jeugdwet.

De procedure voor POS verschilt van de procedure voor MOF: Schematisch overzicht BJZ

Lees meer bij gedwongen hulpverlening.
 


Druk deze pagina af
Verstuur deze pagina